Hoe arm zijn Roma-jongeren?

Roma-jongeren Maria, Jozef, Norbert en Greta die gisteren hun verhaal deden, kwamen eind de jaren negentig naar België en zijn al goed geïntegreerd. Toch focussen de media vaak op de nieuwkomers en hun de penibele levensomstandigheden. Daar konden we met armoede als jaarthema van de jeugdbewegingen niet omheen. Maar hoe aanwezig is armoede vandaag echt bij Roma-jongeren? Hebben ze het beter dan hun ouders? Deskundigen uit Gent, Heusden-Zolder en Antwerpen reflecteren.

Petra_PanticPetra Pantic van OCMW Heusden-Zolder deed vorig jaar veel huisbezoeken voor een Roma-project. Daaruit concludeerde ze dat in haar streek 95 procent van de Roma afhankelijk is van een uitkering. “Hun huizen zijn vaak in een slechte staat en ze staan achter met de betaling van facturen”, legt ze uit. “Vele Roma waren al achtergesteld toen ze vertrokken. In Brussel heb je veel Roma uit Roemenië, en zij bedelen veel. Dat fenomeen zien we niet in Heusden-Zolder.”

In Antwerpen wonen volgens An Belmans, intercultureel bemiddelaar bij OCMW Antwerpen, Roma uit diverse achtergronden. “De meesten komen uit Kosovo of Bulgarije”, zegt ze. “In Antwerpen zit maar een heel klein stukje van de Roma bij het OCMW. Velen overleven door onderlinge solidariteit, maar dat wil niet zeggen dat zij niet in armoede leven.”

De voorsprong van de jonge generatie

Jan_BallieuBij de stedelijke integratiedienst van Gent schat Jan Ballieu dat er tussen de 8000 en de 9000 Roma in Gent leven. “Ze registreren zich als Bulgaar, Slovaak of Pool maar niet als Roma”, zegt hij. “Daarom kunnen we er geen exact getal op plakken.” In Gent bestaan er geen metingen naar armoede bij Roma, maar Ballieu ziet wel migratiepatronen terugkeren. “Slovaken komen meestal naar hier door de discriminatie in hun land van herkomst, Bulgaren zijn vooral op zoek naar werk. In Slovakije krijgen de kinderen geen plaats in het geboorteregister, waardoor ze moeilijk toegang vinden tot onderwijs. Dat heeft automatisch een weerslag op armoede en op de toegang tot de arbeidsmarkt.”

An_BelmansHebben Roma-jongeren het ook effectief beter dan in hun land van herkomst? “De ouders of grootouders hebben vaak een traumatisch verleden van de oorlog en discriminatie, de jongere generatie ontsnapt daar wel min of meer aan”, vertelt An Belmans. “Hun ouders zijn meestal ook minder lang naar school geweest.” Ballieu van Gent merkt dat sommige kinderen al goed geïntegreerd zijn. “De meesten zijn het Nederlands al machtig in een vroeg stadium. Dat is an sich al een voorsprong als zij hier blijven.”

“De meeste Roma leefden in hun land van herkomst ook al in armoede”, vertelt Pantic van Heusden-Zolder. “Ze kwamen naar hier met de verwachting dat het beter zou gaan. In hun ogen lijkt een uitkering en kindergeld heel veel geld.” Roma leggen volgens An Belmans duidelijk andere prioriteiten. “Wat wij basisbehoeften noemen, vinden zij soms minder belangrijk. Zo hechten ze er minder belang aan dat hun kinderen goed gekleed naar school gaan.”

‘Leven in dit park is beter dan in Slovakije’

Uiteraard zijn er ook voorbeelden van Roma-families die het wel goed hebben. “In Antwerpen woont een Roma-familie die iedereen kent”, zegt An Belmans. “Ze doen de ronde als goed voorbeeld. Alle kinderen zijn hooggeschoold en werken nu ook allemaal.” Ballieu van Gent vertelt over Roma-jongeren_armde Roma die tijdens de eerste migratiegolf naar Gent kwamen, in de jaren negentig. “Dat zijn de Roma die Nederlands kennen, werken en hun kinderen naar school sturen. Zij hebben relatief minder armoede. Je ziet wel dat de nieuwkomers uit precies dezelfde regio’s komen uit Slovakije en Bulgarije. In Antwerpen, Brussel en Sint-Niklaas komen ze uit een andere streek, en daar zie je hetzelfde patroon. Mensen zoeken elkaar op.”

An Belmans vindt het zinvol om Roma als een specifieke bevolkingsgroep te benaderen. “Ik denk in eerste instantie aan begeleiding om meer structuur en organisatie in hun leven te krijgen. Voor Roma is het vaak overdonderend: ze moeten hun kinderen naar school brengen, voor hun ouders zorgen, kleine klusjes opknappen in huis,… We kunnen ze helpen om beter te plannen. Zo krijgen ze ook de kans om te gaan werken.”

Vorig jaar begeleidden collega’s van Ballieu een vrouw die met haar kinderen in een park leefde. “Op een bepaald moment kwam de vrijwillige terugkeer ter sprake”, vertelt Ballieu. “‘Zelfs met het weinige dat ik hier in dit park heb, is mijn situatie nog beter dan in Slovakije’, zei ze." Ballieu wil vanuit Gent Europa stimuleren om dergelijke problemen in het land van herkomst op te lossen. “Zo kunnen de mensen zich daar ontwikkelen in plaats van noodgedwongen te moeten verhuizen.”

(c) 2012 – Jeugdwerknet Redactie – Inne De Pooter